Naar het schilderij ‘A Young Woman Warming her Hands over a Brazier: Allegory of Winter’ (circa 1650) van Caesar van Everdingen – Rijksmuseum Amsterdam
Een jonge, rijk geklede vrouw die zich opwarmt aan een schaal. Een schaal vol gloeiende kolen. Dat verbeeldt het oorspronkelijke schilderij: in Van Everdingens tijd een hoogst ongebruikelijk tafereel. Finch doet er nog een schepje bovenop. De verwarmende kooltjes zijn vervangen door een dampende hoop koeienstront.
Maar hoe kijkt de vrouw er zelf naar? Ziet zij mest, ooit het bruine goud, het wondermiddel dat akkers voedde en verrijkte. Of ziet ze stikstof, het kleur- en geurloze gas dat tegenwoordig als een ‘giftig’ zwaard van Damocles continu boven het hoofd van de boer hangt?
Mest is nog steeds een organische stof waarmee de bodemvruchtbaarheid op peil kan worden gehouden. En stikstof is nog steeds geen vervuilende stof. Het probleem is de concentratie ervan. Stikstof is essentieel voor leven, maar een overschot kan ecosystemen juist ontregelen.
De blik van de vrouw is onpeilbaar. Koestert ze wat ze heeft of laat ze het juist los? Waarschijnlijk weet ze het zelf ook niet. De regelgeving kan tenslotte morgen weer anders zijn.
Het orginele werk




